98

“..Column zonder naam..”.


                                                          



Ik weet vandaag even geen titel, want wat kan ik er ook boven zetten?: “Voorbereidingen leuker dan wedstrijddag”(?)“Een droom spat in duigen””(?), “Sfeerloos slotstuk van een bekerseizoen” (?), “Asociale houding op de invalidentribune” (?), “Warme lentedag voor Feijenoord”(?), “Sorry Brain”(?), Mouwen opstropen en gaan” (?).
Laat ik stukje voor beetje ieder stukje maar eens neerschrijven dan komt misschien die titel vanzelf wel.

“Voorbereidingen leuker dan wedstrijddag”

Wekenlang ben ik al bezig geweest met de bekerfinale. Op Chevremont werd een heuse kerkdienst gehouden, maar weet dat ik weken geleden al een bedevaart naar Banneux heb gemaakt en daar bij het kapelletje en bij de bron een kaarsje heb opgestoken voor een mooie finale.
Zoals gezegd en geschreven was ik eerst in de veronderstelling deze finale aan mij voorbij te moeten laten gaan vanwege een dubbele heupoperatie, maar de bereidwillige medewerking van mevrouw J. Schultjens van Roda JC, welke mij twee kaarten kon bezorgen voor de invalidentribune, zodat ik de finale vanuit een rolstoel kon meemaken, noopte mij mijn uren anders in te delen. Op internet heb ik zoveel mogelijk informatie en meningen tot mij genomen, posters gemaakt en uitgeprint; de vlag heeft de gehele week in top gehangen, zodat ook mijn buurtgenoten wisten wat er gaande was. Vanaf de competitiewedstrijd van verleden week zondag hebben de Feijenoordvlag, de Rodavlag, de speciale finalesjaal en de twee finaleshirtjes mijn huiskamer gesierd. Vanaf vrijdag heeft de geluidsinstallatie overuren gedraaid met de 7 verschillende RODA-cd’s, totdat mijn gezin er horensdol van werd. Mijn jongste heeft nog een dappere poging ondernomen met het draaien van enkele Feijenoordsongs, maar gelukkig is zijn discotheek niet zo groot (maar zijn geluidsinstallatie gaat daarom des te harder). Ivar Hoekstra, journalist bij de Limburgse dagbladen, belde op dinsdagavond met de vraag of ik mee wilde werken aan een sfeerreportage van een supporter, maar toen hij hoorde dat ik per auto en rolstoel reisde gaf hij aan dat dat niet helemaal de bedoeling was en of ik soms iemand anders wist. Heb hem dus doorgestuurd naar mijn vriendje Wiel (zie elders op deze site: www.sv-online.info). Op zaterdag is de auto nog versierd met posters van: “We gaan de beker halen” en “We brengen de beker naar huis” (voor de terugweg; niet gebruikt, trouwens) en “Jans Limburg steet hinjer Roda” (van de Limburgse kranten; veel succes ermee gehad onderweg).
Op de wedstrijddag zelf: de kleine Rodavlag werd aan een lange electrobuis gebonden, de oude papieren sjaaltjes van de wedstrijd Roda-Ajakkes werden vakkundig klein geknipt, de rugzak gepakt, de kaartjes klaargelegd, de sjaaltjes omgedaan, de truien aangetrokken, rolstoel in de auto en met een laatste blik op Teletekst voor de files tussen Kerensheide en Born reden mijn vrouw en ik om 13.15 uur richting Rotterdam.

“Een droom spat in duigen”

Bij Geleen aangekomen moest ik de keuze maken: of via Antwerpen/Breda naar Rotterdam of lekker langs de bussen rijden en genieten van al dat moois onderweg. Ik heb uiteindelijk voor het laatste gekozen en had ik dat maar niet gedaan want ik heb er enorme spijt van gehad. Bij de gebouwen van DSM/Sabic stonden we dan stil. Een mooie lentedag is een weldaad voor lichaam en geest, maar in een vrij warme auto is het geen pretje. Ruim anderhalf uur hebben de vijf kilometer geduurd (waarbij maar op een miniem klein stukje daadwerkelijk aan de weg gewerkt werd) en de ergernis aan de rij die wel mag opschieten en doorrijden deden geen goed aan ons humeur. Toen eindelijk een colonne Rodabussen passeerde nam ik de vrijheid erachter aan te sluiten en me zo te laten meeliften met de stroom op de vluchtstrook (en ik was niet de enige). Daar waar de ene agent dit toestond, ook omdat we driftig met Rodavlaggetjes zwaaiden naar de agenten, was er een ander die hier meer moeite mee had en ons druk gebaarde weer in de reguliere rij een plekje te zoeken: dag dag bussen. Na de file konden we snel doorrijden en de nodige Rodaliedjes brachten ook weer een beetje de koorts terug van de aanstaande happening. Even voor Rotterdam hebben we de colonne toch weer ingehaald en was het fijn Rotterdam in te rijden, net achter de colonne aan. Nu mocht ik van diverse ooms en tantes agent achter de bussen aanrijden en zo bereikten we vrij simpel en snel de Kuip. Het zoeken naar de parkeerplaats was een volgend probleem, zeker toen bleek dat deze parkeerplaatsen voornamelijk bedoeld waren voor rood-witte supporters. Hier hebben we geleerd dat een rolstoel toch ook veel voor je kan betekenen want ondanks onze gele kleuren, vlag, en andere sfeerattributen, werden we welkom geheten en veel succes gewenst voor deze finale. Binnen de hekken werden we wel nog door diverse stewards van het kastje naar de muur gestuurd om uiteindelijk om 17.30 uur door een Limburgse veiligheidsman, persoonlijk, via de hoofdingang, naar onze plaats te worden gebracht.
De plaats had een mooi uitzicht op het veld, edoch heb ik ruim tachtig procent van de wedstrijd moeten missen, maar daarover straks meer.
Daar waar een heerlijke ambiance was, was de wedstrijd zelf een domper op alle feestvreugde, zeg maar gerust dat het teleurstellend was. Eigenlijk was de ontmoeting na negen minuten voorbij. De goal, al dan niet hinderlijk buitenspel, en wie legt me nu eindelijk eens uit wat “hinderlijk” betekent in deze zin!, zat er voor de onzen weinig op als ten volste ten strijde te gaan. Scheidsrechter van Hulten wilde niet echt meewerken, want het onderuithalen van Oper was een duidelijke penalty, ech wel!!! Ook de overtreding op Lamah mocht met wel iets meer bestraft worden dan een gele prent en “laten we maar verder gaan met ballen”. De beelden op tv en de commentaren van onze heren analytici bevestigen mijn verhaal.

“Sfeerloos slotstuk van een bekerseizoen”

Graag, en daar heb ook ik aan meegedaan, hebben we deze finale vergeleken met de finales van 1997 en 2000. Het verschil ligt hem in het feit dan winst en verlies werelden van verschil zijn. De sfeer van weleer is niet te evenaren geweest en ook ik heb die sfeer van Heerenveen en NEC niet kunnen raken. Zowel onderweg, als ook in de Kuip, heb ik niet het gevoel gehad dat er eenzelfde cupkoorts ging. De spasskapel en zeker ook de sambaband deden hun best zang en dans te laten ontstaan en te ondersteunen, maar de echte samba werd niet gedanst. De gele kant van het stadion werd langzaam maar zeker stil en het was schrijnend te zien en te horen dat de Feijenoordaanhang aan de haal ging met de gespeelde samba’s en dit zelfs tegen ons te gebruikten. Als je bij de winnende partij hoort is een samba veel ritmischer dan aan de verliezende kant. Zelf ben ik vrij vlot na het slotfluitje en het applaus voor onze spelers richting uitgang gereden want ik wilde niet in de stroom Feijenoordaanhang terecht komen om mijn auto te bereiken.

“Asociale houding op de invalidentribune ?”

Hoe kunnen hulpvaardigen toch voor eigen belang kiezen op het moment dat het hen uitkomt? Wie mij deze vraag kan beantwoorden moet maar even mailen.
Wat is het geval? Zoals beschreven mocht ik dus met eigen vervoer en met eigen rolstoel plaats nemen op de invalidentribune van de Kuip. Ik had een vast plekje met een goed uitzicht op het veld en ook míjn begeleider (mijn vrouw dus, dien ik veel dank verschuldigd ben dat ze deze finale toch ook maar mede mogelijk heeft gemaakt voor mij) had een zitplaats achter mij. Even voor zessen komen zo’n, ik schat, vijftien andere rolstoelers de tribune op en nemen hun plaats in. Ook deze rolstoelers hadden een begeleider bij zich. Wat schets mijn verbazing: sommige van deze begeleiders bleven gewoon rechtop bij, naast, achter hun rolstoelers staan en ondanks enkele oproepen mijnerzijds weigerden drie van hen steevast hun uitstekende zichtplaats in te ruilen voor een plekje meer aan de zijkant, waar zijn overigens de wedstrijd ook uitstekend konden zien en tevens bereikbaar waren voor hun rolstoelers.
Dank, heren, heel veel dank, dat ik maar hooguit twintig procent van de wedstrijd heb kunnen zien en telkens langs, de ene keer links, de andere keer rechts heb moeten kijken. Als tegenprestatie plaats ik hier een mooie foto van jullie. Mijn lezers moeten maar bepalen of jullie geëerd moeten worden voor jullie inzet voor jullíe rolstoelers of dat jullie gekraakt moeten worden voor jullie asociale houding ten opzichte van andere rolstoelers. Dus, beste columnlezer, mocht je deze mensen herkennen, mag je ze van mij gerust op hun manier van omgaan met de medemens aanspreken en laat me even weten of ik nou zo slim ben of zijn zij nou zo dom!!!

“Warme lentedag voor Feijenoord”

Feijenoord haalt een prijs op een voor hen zeer belangrijk moment in hun 100-jarig bestaan. En ik gun het Feijenoord ook wel. Misschien nog wel meer dan een andere club en ware het niet dat míjn Roda de verliezende partij was, ik zou zelfs een gelukkig man zijn geweest. Ik hoop dat de club van Rotterdam-Zuid nu een mooie lente meemaakt die tot volle wasdom komt in een zomer waarin de club rijper gaat worden. Zij weten, ondanks de financiële perikelen, jong talent en oude ervaring te bundelen, want wellicht lag daar in deze bekerfinale het grote verschil. Daar waar Roda in het verleden kon bogen op de ervaring van de diverse Europacupwedstrijden en routiniers als Eric van der Leur, Gerrie Senden en consorten, kwam het nu te kort. De jongeren, zoals Lamah, Tioté, kwamen te kort en wilden te snel naar resultaat toe voetballen. De midden twintigers konden, ondanks veel inzet en hard werken het verschil niet maken. Jammer, volgende keer beter.

“Sorry Brain”


Deze week kreeg ik van een lezer een mooie foto toegestuurd die ik mocht gebruiken in mijn column indien Roda de beker mocht winnen. Hij toont een kleine jongen van 4 jaar, Brain, die door zijn vader, Marcel, werd gefotografeerd na de winst op Heerenveen. Brain is nu dus een kleine grote puberende knul van vijftien en papa is ook elf jaar ouder. Ondanks dat Brain en zijn pa dus niet op herhaling kunnen om zo’n plaatje te schieten wil ik u hem niet onthouden en ben ik van mening dat dit plaatje de nieuwe insteek moet worden van de bekercompetitie van 2008-2009. Atteveld hoeft dan niet meer de beker mee te slepen naar de diverse kleedkamers, maar kan gewoon deze foto op posterformaat bij ieder kleedhaakje hangen zodat iedere speler weet dat dit de belangrijkste momenten zijn voor iedere Rodasupporter welke deze week de reis naar de Kuip heeft gemaakt en baalt van het feit dat hij op maandagavond niet naar de Markt mag.

“Mouwen opstropen en gaan”

Zo, na uitgehuild te hebben kunnen we nu weer overgaan tot de orde van de dag en ons gaan voorbereiden op, hopelijk, nog een mooi staartje van deze competitie. Donderdag en zondag wacht alweer een ontmoeting tegen het altijd lastige NEC van Mario Been en ik geloof dat we nog iets hebben recht te zetten. Huub Narinx roept iedereen op donderdag in ons gele shirtje naar het PLS te komen en daar geven we toch zeker graag gehoor aan. Of is het zo de veertienduizend meegereisden het nu laten afweten en dat we nu te zien krijgen wie werkelijk vrienden zijn. Ik verwacht dus gewoon een afgeladen stadion die onze jongens laten zien dat zij achter hen staan en blijven staan, ondanks een verloren finale. Het is nog niet voorbij.

Nog twee opmerkingen tot slot:
Limburgers ten top: Maastrichtse malloten menen een spandoek aan een viaduct te moeten hangen met de tekst: “Meestech lacht um Roda. In het engels hebben ze daar een mooie uitdrukking voor: pathetic! Want: wie speelt een bekerfinale en wie speelt is zijn trainer alweer kwijt, kunnen een andere trainer niet aan zich binden en moet nog maar afwachten of er iets te halen valt in de Jupiler play-offs???
De een zijn brood is de ander zijn……: mijn jongste zoon staat nu op de Coolsingel

Tot volgende week.

´t Lempsje

Reacties mogelijk via: vocer1960@hotmail.com